Jobrapport van Brecht als slager

Thuis leef ik tussen het levend vlees. Met dit ijskoude vlees werken uit de frigo is toch even wennen. Of ik een job als zelfstandig slager zie zitten?

  • Je bent zelfstandig, dus je eigen baas. Je beslist zelf wanneer je opstaat/ gaat slapen of wanneer je een dutje doet.
  • Het is een supersfeer in en rond de slagerij: iedereen ontbijt samen, er kan gebabbeld en gelachen worden tijdens de werkuren. Zelfs een watergevecht tijdens de opkuis mag.
  • Ieder halfuur doe je wel iets anders, er zijn duizend verschillende vleesproducten die er moeten worden gemaakt. Je draait worsten, maakt prĂ©parĂ©, kapt koteletten, beent spek uit…
  • Het ruikt vaak heerlijk in de slagerij. Proeven mag en moet soms. Je weet echt wat je maakt.
  • Je hebt veel sociaal contact met de klanten op de markt. Het zijn echter wel zeer stereotype gesprekjes: ‘T’is goe weer eeeh.’
  • Iedere dag moet alles netjes opgekuist worden, machines kuisen, de vloer schrobben.
  • Niet alles ruikt even fris, zeker de ton met botten en restjes vlees.
  • Je moet vroeg opstaan en dus ook vroeg gaan slapen want fris zijn is een vereiste als slager, messen kunnen gevaarlijk zijn.
  • Het vlees waarmee je werkt is ijskoud, dat is wennen.
  • Het wordt een routinewerk na een tijdje, je moet altijd hetzelfde klaarmaken.

-Brecht-