Brecht (19) en Hanne (18) waren een week lang
NGO-medewerker

Hanne: Brecht en ik moeten de lucht in, de oceaan over, om diep in de brousse van West-Afrika een einde te maken aan de problematiek rond Aziatische dumpingrijst. Vredeseilanden leert ons de geheimen van de rijstteelt in Benin. De Afrikanen produceren zelf lekkere en gezonde rijst. Helaas wordt die rijst over het hoofd gezien door de import van oude rijst uit China, die goedkoper en witter is. Zowel de lokale boeren als de consumenten overtuigen van de kwaliteit van de Beninese rijst, da’s onze job en ook het leven van NGO-medewerker Liesbeth. Zij hijst, als coöperant voor Vredeseilanden, al twee jaar het zwaard tegen de dumpingrijst in Benin.

“Il faut patienter”, dat zeggen ze hier voortdurend. – Liesbeth  

Het grote probleem met ontwikkelingssamenwerking is dat je voor elke klus minstens drie tot vijf en soms zelfs tien jaar ervaring nodig hebt. Maar waar vang je die ervaring? Waar leer je de kneepjes van het vak? Het Juniorprogramma van BTC biedt hier een oplossing. Met de titel van Junior Assistant werk je voor een project van BTC, een NGO of een andere erkende organisatie. Zo bouw je als jongere twee jaar ervaring op  waarmee je in de ontwikkelingswereld een streepje voor hebt.

Afrika komt zoals het passeert

Roadies - Ontwikkelingsmedewerker - Gr - Deel 2-73 Afrika is totaal nieuw voor mij. Naast de beelden uit reportages van Vranckx en Annemie Struyf, kan ik me niks concreet over Afrika in het hoofd halen. “Dat hoeft ook niet”, vertelt coöperant Liesbeth me, “Afrika moet je laten komen zoals het komt.” Liesbeth troont Brecht en mij mee doorheen heel Cotonou, de hoofdstad van Benin. De hitte duwt mij plat en maakt nog duidelijker hoe hard dit werkritme verschilt van het onze. Hier gaat alles ‘aux rythme Beninois’. Traag. En wie hier niet flexibel is, zal toch buigen. Liesbeth focust zich samen met local Herman vooral op de rijstproductie en commercialisatie ervan.

Roadies - Ontwikkelingsmedewerker - Gr - Deel 2-68

Door zowel de importproblemen, als de slechte kwaliteit van de eigen rijst, dobbert de lokale rijstproductie een beetje in het rond. Niemand is er echt wild van. Ontwikkelingswerker Liesbeth bereidt samen met Herman een studie voor om interessante verkoopskanalen voor de rijst in kaart te brengen. Samen trekken we naar de boeren en de markt, op zoek naar de oorzaak van de magere commercialisatie van de eigen rijst. Zowel in het Fon, de plaatselijke taal, als met handen en voeten legt Brecht aan boer Faustin uit wat hij te weten wil komen over zijn rijsthandel “Heeft u al ooit uw oogst genoteerd en vaste prijzen vastgelegd?” “Euhm, ehèèèèèèè.” Onze werelden liggen heel ver uit elkaar en dat bemoeilijkt de communicatie. Ehèèèèèèè betekent trouwens gewoon ‘ja’.

Je job is jezelf overbodig te werken.

— Hanne

rijst2

Nu ik hier toch ben, wil ik -ondanks de communicatiebarrière- een oplossing helpen zoeken. Een methode ontwikkelen waardoor de lokale boeren hun eigen rijst wel versjacherd krijgen en er een eerlijk loon aan verdienen. En da’s in een corrupt land dat overdonderd wordt door dumpingrijst, een aardige karwei. Maar later, wanneer Liesbeth en alle andere ontwikkelingswerkers petit à petit hun doel voorzichtig bereikt hebben, kunnen we ons langzaam terugtrekken, wat ook het einddoel is van een organisatie als Vredeseilanden. Maar het zal lukken, dat zeker. Want in die Afrikanen zit peper hoor, ge moogt gerust zijn.

– Hanne –

Meer NGO-medewerker

  • Jonas, Marie, Lien en Pieter studeerden bio- of landbouwingenieur – filmpjes
  • Julien, Caroline, Tim en Stephanie volgden handelsingenieur, TEW of communicatie – filmpje

 

Reacties zijn gesloten.

Brecht en Hanne waren ook